Haar zoon had een bijbaan bij Vivium De Bolder in Huizen. Toen ze hem een keer wat nabracht, merkte Betty Vastenburg het meteen: “Wat een fijn sfeer; hier wil ik werken!” Als receptioniste draagt ze daar nu alzeventien jaar aan bij.
Als receptioniste is Betty met haar collega’s het gezicht bij binnenkomst en zorgt voor die eerste indruk. “We vinden het belangrijk om iedereen met een warm welkom en in een gemoedelijke sfeer te ontvangen. Of het nu collega’s, bewoners of bezoekers zijn: ik probeer in een oogopslag aan te voelen hoe ik iemand het beste benader.” Zeker in het begin na een verhuizing kunnen mensen het moeilijk hebben. “Dan probeer ik het zo te draaien dat ze met een blij gezicht en gevoel verder kunnen.”
Ook letterlijk, want in dit huis kunnen bewoners zich vrij bewegen. “Dat vind ik fijn aan De Bolder”, legt Betty uit, “ze kunnen overal heen wandelen; alleen niet zomaar naar buiten.” Daarover zijn per bewoner afspraken gemaakt; een balans tussen vrijheid en veiligheid. Mevrouw Schermerhorn, de vrouw van een bewoner in De Bolder, haakt in: “Dat vind ik nou zo knap”, knikt ze naar Betty over hoe ze weet te voorkomen dat bepaalde bewoners, die dat niet veilig kunnen of mogen toch met bezoekers mee naar buiten piepen. “Bij de receptie weten ze precies wie en zelfs hun naam, waarmee ze dan iemand bij de deur aanspreken. Heel subtiel doen ze dat.”
Soms is het weleens hectisch, vertelt Betty, die ook administratieve taken heeft. “Die afwisseling maakt het werk leuk. Onze prioriteit is de bewoner; ook als ik aan de telefoon ben, drie buitenlijnen in de wacht heb en mensen aan de balie.” Ze weet uit het cliëntenportaal wat voor een bewoner belangrijk is, wie hun partner is, wat voor werk ze deden of welke hobby’s iemand had of heeft. “Dat zijn allemaal aanknopingspunten om op in te spelen. Voor bewoners moet dit hun thuis zijn, dus dat wil je zo fijn mogelijk maken.”
Ze vertelt hoe een bewoonster laatst verdrietig aan de balie stond zonder dat duidelijk werd waarom. “Ik begon een liedje voor haar te zingen, en ik zag dat ze meebewoog. Toen ben ik achter de balie vandaan gekomen en hebben we samen een dansje gemaakt.” Tranen maakten plaats voor een stralende glimlach. “Ook familieleden en naasten ken je op een gegeven moment. Hoe is het met u, nodig ik soms vragend iemand uit. Aan hen om dan even te ventileren, wat vaak gebeurt, of te reageren met ‘goed, hoor’.”